Chat with us, powered by LiveChat

Culturele activiteitenpremie Vlaamse overheid ging in 90,5% van de gevallen naar organisaties die nooit eerder gesubsidieerd waren

Culturele activiteitenpremie Vlaamse overheid ging in 90,5% van de gevallen naar organisaties die nooit eerder gesubsidieerd waren

Afgelopen zomer bleek dat vooral gesubsidieerde cultuurorganisaties konden rekenen op coronasteun, terwijl heel wat freelancers en individuele artiesten en kunstenaars tussen de mazen van het net glipten. Ondertussen zijn die mazen grotendeels gedicht, zo blijkt uit een antwoord van Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Stephanie D’Hose. Niet-gesubsidieerde organisaties en individuele kunstenaars, vooral uit de uitvoerende kunsten, maken het meest gebruik van de premie.

“We bereikten niet iedereen met de verschillende steunmaatregelen”, zegt Vlaams Parlementslid Stephanie D’Hose. “Door hun manier van flexwerken vielen individuele kunstenaars en freelancers vaak uit de boot en tegelijkertijd is de cultuursector één van de zwaarst getroffen sectoren.” D’Hose is opgetogen over de resultaten van de bijkomende rechtstreekse steunmaatregelen die de Vlaamse Regering goedkeurde.

Er werden 2.091 cultuurcoronapremies goedgekeurd. Dit zijn premies van telkens 1.500 euro voor kwetsbare kernspelers uit de cultuursector. In totaal gaat het over 3.136.500 euro. Bijkomende premies werden verdeeld op basis van de activiteiten die organisaties en actoren uit de sector georganiseerd hadden. Deze werden uitbetaald in verhouding tot het geleden verlies. 638 van die premies gingen naar structureel gesubsidieerde organisaties, de overige 6.087 premies gingen naar actoren die vroeger nooit beroep deden op subsidies. 3.528 steunaanvragen of 34,41% van het totaal aantal aanvragen werden niet goedgekeurd.

In Limburg werd het grootste deel aanvragen goedgekeurd (70,31%), in Antwerpen het kleinste (62,82%). Evenwel loopt de verdeling tussen goedgekeurde en niet-goedgekeurde aanvragen door de band genomen vrij gelijk in alle provincies.

Provincie Aantal uitbetaaldAantal geweigerdTotaal aanvragen
Antwerpen2085 (62,82%)1234 (37,18%)3319
West-Vlaanderen703 (65,95%)363 (34,05%)1066
Oost-Vlaanderen1986 (67,90%)939 (32,10%)2925
Vlaams-Brabant620 (64,25%)345 (35,75%)965
Limburg547 (70,31%)231 (29,69%)778
Brussel784 (65,33%)416 (34,67%)1200
TOTAAL6725 (65,59%)3528 (34,41%)​10253

Tabel: provinciale verdeling van de culturele activiteitenpremie

Bij zowel de cultuurcoronapremie als de culturele activiteitenpremie valt het op dat de uitvoerende kunsten (muziek, performance, dans, theater, enzovoorts) de grootste brok voor zich nemen. Logisch, aangezien deze subsector hard getroffen wordt door de verplichte sluiting door de coronamaatregelen. Wat daarnaast opvalt is dat de meeste aanvragers organisaties of cultuurwerkers zijn die voordien nog nooit beroep hadden gedaan op subsidies van het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Ook dit is logisch: gesubsidieerde organisaties kunnen doorheen de crisis verder beroep doen op overheidssteun terwijl de inkomsten van niet-gesubsidieerde organisaties door de coronacrisis droog komen te liggen en zij deze uitzonderlijke steun goed kunnen gebruiken.

Het noodfonds kent dus een bredere doelgroep dan de courante gesubsidieerde cultuursector. Inmiddels is het noodfonds volledig uitgeput: er werd vijf miljoen euro aan het VAF/Filmfonds verleend, een half miljoen aan het Cultuurloket, drie miljoen aan Hefboom, 1,3 miljoen euro aan Literatuur Vlaanderen, 3.136.500 euro aan cultuurcoronapremies en 12.429.078,35 euro aan organisaties met een meerjarige subsidie. De rest van het noodfonds ging integraal naar de culturele activiteitenpremie.

Minister Jambon geeft aan dat hij met deze maatregelen een fijnmazig net wilde weven dat een groot deel van de cultuursector opvangt. De focus ligt nu vooral bij perspectief bieden aan deze getroffen sector en bij de geleidelijke heropening zo goed mogelijk voorbereiden.

“Het is goed dat organisaties die het al jaren zonder subsidies stellen ook ondersteund worden. De bestrijding van het virus mag niet betekenen dat zij kopje onder gaan”, aldus D’Hose. “Ik weet dat de sector klaarstaat om veilig te heropenen eens ze toestemming krijgen van de regeringen. Deze steun om de moeilijke periode te overbruggen ligt aan de basis daarvan.”

“De beste steun die we de sector kunnen geven is hen zo snel mogelijk opnieuw laten opstarten. Ik roep de minister-president op blijvend werk te maken van een kader waarbinnen ze zich kunnen voorbereiden om zo snel mogelijk terug het podium op te gaan”, vult D’Hose aan.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief