Chat with us, powered by LiveChat

De ‘berceuse héroïque’ van het WHI

De ‘berceuse héroïque’ van het WHI

Op Wapenstilstand herdenken we de gesneuvelden van beide wereldoorlogen. Helaas is achter de schermen van dé Belgische instelling die mee die herinnering moet uitdragen een schemeroorlog aan de gang. Kamerlid Jasper Pillen (Open Vld) wil dat er drie jaar na zijn oprichting werk wordt gemaakt van een volwaardige instelling. Dat zijn we de militairen van vroeger én vandaag verplicht, zegt hij.

Wie ging niet op schoolreis naar het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in het Brusselse Jubelpark? De waardevolle collectie behoort tot een van de grootste ter wereld, van middeleeuwse harnassen tot een heuse Sea King-helikopter in zijn panoplie. Ook ver van de hoofdstad houden sites als de Commandobunker (Kemmel), Gunfire (Brasschaat), de Dodengang (Diksmuide), Bastogne Barracks en het bekende Fort Breendonk (Willebroek) de herinnering aan oud-strijders, veteranen en oorlogsslachtoffers levendig.

In 2017 richtte Defensieminister Steven Vandeput (N-VA) het War Heritage Institute (WHI) op als instelling van openbaar nut met als doel het militair erfgoed en de herinnering aan alle oorlogen waarbij Belgen betrokken waren, efficiënter te organiseren. Een nobel doel. Het Legermuseum, het Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers, het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk en de Historische Pool van Defensie fuseerden tot het WHI, dat in 2018 een federale wetenschappelijke instelling werd.

Museum ad interim

Het WHI als nieuwe parel aan de Belgische museale kroon? Helaas. Ondanks haar jonge leeftijd beweegt het WHI zich voort als een oude tank. Eind 2018 bevestigt een rapport van de externe preventiedienst Mensura de vele geruchten over slechte interne communicatie, gebrek aan management en teamgeest. De demotivatie van het personeel is compleet.

Vorige maand lichtte het Rekenhof in de Kamer haar audit over het HR-beleid toe. Er draait van alles vierkant: een kluwen van personeelsstatuten, de afwezigheid van een huishoudelijk reglement, uitgestelde aanwervingen door een ontbrekend taalkader, enzovoort. Na drie jaar is zowel de directeur-generaal als zijn adjunct nog steeds ad interim aangesteld. De lange periode van ‘lopende zaken’ waarin de regering geen initiatief kon nemen hielp hier niet. Diverse bronnen bevestigen ons echter dat er meer aan de hand is. Zo zouden de huidige directeur-generaal ad interim en zijn adjunct een totaal andere visie delen over de voor het WHI te volgen ‘marsrichting’. Ook werden niet altijd de juiste profielen aangetrokken voor het beheer van de gigantische collectie, en is er nog steeds geen website die naam waardig… Ook over het beheer van de hierboven al genoemde sites  overal verspreid in het land verschillen de meningen intern. In Breendonk verliet een ex-generaal uit ontevredenheid de beheerraad. Tenslotte wordt transparantie er niet hoog in het vaandel gedragen, zo is er bijvoorbeeld nog geen jaarverslag 2019.

Berceuse héroïque

De maatschappelijke rol van het WHI op het vlak van militaire geschiedenis, nagedachtenis en burgerzin eist dat deze ad interim-situatie stopt. Als lid van de commissie Defensie zal ik daar mee over waken. Meer transparantie (waar is het jaarverslag 2019 overigens?) zal een eerste noodzakelijke stap zijn. Maar er moet op korte termijn vooral een duidelijke visie ontwikkeld worden over wat men wil tonen en welke boodschap daarbij gebracht zal worden.

Musea zoals Trainworld, die op een interessante en interactieve manier een selectie van het voorheen overal verspreide historisch spoorerfgoed tentoonstelt, zijn een prachtig voorbeeld van de volgens mij te volgen ‘marsrichting’. Het AfricaMuseum, dat 5 jaar sloot om daarna terug in een modern jasje open te gaan, is een ander bekend voorbeeld. ‘België als slagveld van Europa’ kan daarbij een bron van inspiratie en beleving zijn alsook een leidraad op het vlak van publiekscommunicatie en museale inrichting.

Ondanks de inzet en de passie van zijn personeelsleden, blijft het WHI echter gevangen in een berceuse héroïque, naar het sombere pianowerk waarin componist Claude Debussy melancholische echo’s van de Brabançonne liet deemsteren. Het stuk uit 1914 was een hommage aan Albert I (de ‘Koning-Soldaat’).

 

Remembering the past, building the future

Een eeuw later volgde Alberts achterachterkleinkind, kroonprinses Elisabeth, recent een militaire opleiding in een periode waarin Defensie een metamorfose doormaakt, onder meer omdat één derde van het huidige personeel tegen 2025 op pensioen vertrekt. Rekrutering is dus prioritair. En daarbij heeft ook het WHI een rol te spelen.

Onder het motto “remembering the past, building the future” herdacht Defensie de voorbije jaren de oorlogen en conflicten van de 20e eeuw. De laatste zes jaar zag de burger hoe militairen ons in binnen- en buitenland beveiligden tegen terroristen. Vandaag staan ze paraat in het kader van de COVID-crisis. Defensie en haar personeel verdienen het dat een samenleving respectvol omspringt met haar geschiedenis en tradities.

Op 21 juli overhandigden oud-strijders met een handvest symbolisch hun waarden aan de jonge generatie. Het zijn deze jongeren die Defensie vandaag moet aantrekken. De link tussen het verleden en de toekomst moeten we vandaag smeden. Laat het WHI daarom wakker schieten uit zijn heroïsch wiegelied.

Jasper Pillen zetelt als federaal volksvertegenwoordiger in de Kamercommissie Defensie voor Open Vld.

 

 



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief