Chat with us, powered by LiveChat

De Block (Open VLD) versterkt statuut van artsen in opleiding

De Block (Open VLD) versterkt statuut van artsen in opleiding

Kamerleden Nathalie Muylle (CD&V) en Maggie De Block (Open VLD), de voormalige ministers van respectievelijk Werk en Volksgezondheid, hebben een wetsvoorstel ingediend om het statuut van artsen in opleiding te versterken. Het voorstel komt tegemoet aan de pijnpunten die het recente akkoord tussen artsen en ziekenfondsen niet hebben opgelost. Het voorziet in pensioenopbouw tijdens de opleiding, het recht op werkloosheidsuitkering en een onderscheid tussen stagemeester en werkgever.

                                                                                     

Maggie De Block (Open VLD): “Artsen in opleiding werken keihard: ze zetten hun beste beentje voor, want zo’n stage is erg belangrijk voor hun verdere carrière. Toch zien we dat het statuten grote hiaten vertoont. Met dit wetsvoorstel komen we tegemoet aan de vragen die heersen op het terrein, zoals de inspraak bij de loonvorming, correcte arbeidstijd en leren tijdens de stage: een grote stap voor de toekomstige artsen die terecht aan de alarmbel trokken!” 

Het voorstel omvat drie verbeteringen van het sociaal statuut van arts-specialisten in opleiding:

  • Pensioenopbouw: opdat assistenten hun loopbaan na 45 jaar kunnen voltooien, zou de periode van opleiding meetellen als effectief gewerkte loopbaanjaren. Zo kunnen artsen in opleiding tijdig hun pensioen beginnen opbouwen, naar het voorbeeld van de militaire dienstplicht.
  • Werkloosheid: arts-specialisten in opleiding zouden toegang krijgen tot de werkloosheidsuitkering na het betalen van een éénmalige bijdrage. Hierbij zal het ziekenhuis als werkgever van de assistenten voor die bijdrage instaan. Dit komt tegemoet aan het vaak voorkomende probleem van jonge artsen die na hun opleiding niet onmiddellijk werk vinden. Momenteel hebben zij dan geen recht hebben op een werkloosheidsuitkering omdat ze geen sociale bijdragen betalen.
  • ‘Dubbele pet’: de stagemeester zou niet langer tegelijk de werkgever mogen zijn. Het voorstel wil een gelijkaardig systeem invoeren als bij huisartsen in opleiding. Het voorziet de oprichting van een onafhankelijke vzw die instaat voor het afsluiten van verzekeringen voor beroepsaanpak en de controle op sociale wetgeving en arbeidsvoorwaarden. Verder neemt deze vzw een deel van de financiering van de opleiding op zich om de objectiviteit binnen de opleiding te verbeteren.

Achterhaald statuut

Artsen in opleiding hebben een bijzonder statuut. Dit werd initieel als ‘tijdelijk’ afgekondigd, maar houdt intussen al bijna 40 jaar stand. Het statuut houdt in dat ze noch als student, noch als werknemer worden beschouwd. Ze hebben immers recht op een aantal sociale voordelen, maar niet op een werkloosheidsuitkering of pensioenopbouw.  Bovendien bepaalt de wet op dit moment niets over hun minimumloon, extralegale voordelen en onkostenvergoedingen. Hierdoor kunnen de arbeidsvoorwaarden sterk verschillen van ziekenhuis tot ziekenhuis. Ook het aantal werkuren en de controle hierop blijven een pijnpunt.

De beperkte sociale rechten zijn aan aanpassing toe, temeer omdat arts-specialisten na hun jarenlange studies minder snel werk vinden. Daarnaast werden vele artsen in opleiding in de coronacrisis op non-actief gezet. In beide situaties hebben zij geen recht op een vervangingsinkomen.

Akkoord van 19 mei 2021

Na meer dan een jaar onderhandelen werd op 19 mei eindelijk een akkoord bereikt over een wettelijk kader en sociale bescherming voor artsen in opleiding. Dit akkoord voorkwam zo nipt de geplande staking van artsen in opleiding op 20 mei. Voortaan hebben ASO’s recht op een degelijke verlofregeling, systeem voor wachtvergoeding, uniform basisloon en gegarandeerd loon bij eerste maand ziekte.

Toch blijven enkele pijnpunten onopgelost. Zo hebben artsen in opleiding nog steeds geen recht op pensioenopbouw of werkloosheidsuitkering. Bovendien is er de problematiek van de ‘dubbele pet’, waarbij hun stagemeester tegelijk hun werkgever is. Die situatie kan leiden tot nadelige gevolgen voor de jonge artsen. Een klacht over de arbeidsuren -en omstandigheden is immers minder evident bij je baas dan bij een onafhankelijke begeleider. Het voorstel van De Block en Muylle voorziet nu oplossingen voor deze problematieken.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief