Chat with us, powered by LiveChat

De Jonge: “Sociaal statuut sekswerker: we maken er werk van”

De Jonge: “Sociaal statuut sekswerker: we maken er werk van”

Tania De Jonge vraagt in de commissie Sociale Zaken aandacht voor het sociaal statuut van de sekswerker. De eerste belangrijk stap is al genomen: een aanpassing van het strafwetboek. “Op die manier gaan we het sekswerk decriminaliseren. Een goede eerste stap, maar we moeten ook denken aan een sociaal kader: voor deze sector is het tijdens de pandemie pijnlijk duidelijk geworden dat zij nood hebben aan een duidelijk kader om hun job uit te oefenen”, zegt Kamerlid Tania De Jonge (Open Vld). Zij polste in de commissie Sociale Zaken naar de volgende stappen die minister Vandenbroucke (Vooruit) wil zetten in dit dossier.

Ook de minister gaf in de commissie aan dat de eerste stap in dit proces de decriminalisering is. Hij wees erop dat momenteel de exploitatie door derden nog verboden is, maar dat minister van Justitie Van Quickenborne dit zal aanpassen. “Momenteel zien we dat er erg veel verdoken sekswerk is. Sommigen werken onder het statuut van zelfstandige, ze zijn dan bijvoorbeeld ‘masseuse’. Anderen hebben een arbeidscontract als ‘dienster’. Maar er is veel zwartwerk omdat het kader waarbinnen ze mogen werken onbestaand is”, legt De Jonge uit.

Het liberale Kamerlid wijst erop dat veel sekswerkers nu vaak moeten aankloppen bij OCMW’s, omdat zij geen enkel sociaal recht hebben opgebouwd en dus ook geen aanspraak kunnen maken op premies of uitkeringen. “Het blijft een moeizaam proces. Er heerst binnen de sector heel veel onzekerheid en sommige verhalen zijn ronduit schrijnend. Velen voelen zich genoodzaakt clandestien aan het werk te gaan. Dat is niet oké”, stelt De Jonge. In haar tussenkomst verwijst ze ook naar het regeerakkoord waarin staat dat de regering werk zal maken van een verbetering van de levens- en werkomstandigheden van de sekswerkers. “Ik ben dan ook tevreden dat minister Vandenbroucke aangeeft dat hij in overleg gaat met de sector om te spreken over hoe ze die sociale bescherming op basis hun reële activiteiten kan bieden. Ik volg dit dossier samen met mijn collega Marianne Verhaert verder op in de Kamer”, besluit De Jonge.

 

 



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief