Chat with us, powered by LiveChat

Excellent onderwijs haalt het beste uit iedereen

Excellent onderwijs haalt het beste uit iedereen

Deze tekst komt uit ons verkiezingsprogramma. Lees het volledig document hier.

1 op 7 jongeren verlaat de secundaire schoolbanken zonder diploma, in steden is de schoolse achterstand vaak dubbel zo groot dan in de rest van Vlaanderen, heel wat jongeren kiezen een verkeerde studierichting en de socio-economische context van het gezin bepaalt nog steeds te sterk de schoolresultaten en doorstromingskansen van jongeren in het secundair onderwijs. Onze focus ligt op het groeiproces van elk kind . Omgekeerd halen we steeds minder de top en laten we op die manier kansen liggen. Zeker in de moderne tijd zijn hersenen onze belangrijkste grondstof. Daarom is onderwijs voor Open Vld een topprioriteit met drie hoofdlijnen : een versterking van het basisonderwijs en het optimaliseren van de overgang tussen basis- en secundair onderwijs, een focus op het onderwijzend personeel en op structurele investeringen inzake scholenbouw. Kinderen moeten van jongsaf veilig en bewust leren omgaan met internet. De onderwijsreglementering moet ruimte laten aan lokale besturen om een beleid op maat te kunnen uitwerken en voldoende middelen voorzien om dat beleid lokaal vorm te geven. De grootstedelijke problematiek benodigt een bijzonder aandacht.
 

Open Vld stapt in het basisonderwijs af van de omschrijving ‘sterke’ en ‘zwakke’ leerlingen. Voor ons zijn alle kinderen “sterk”, ook al hebben ze allemaal een ander specifieke talent: ‘abstraherend sterk’, ‘technisch sterk’, ‘creatief sterk’ of ‘sportief sterk’, zonder hiërarchie tussen deze talenten. Het is in het basisonderwijs dat we volop kunnen inzetten op talentherkenning, talentontwikkeling en talentoriëntering. Geen hiërarchie betekent ook geen waterval. Het beste uit iedereen halen begint bij in het vroegste stadium iedereen betrekken en gelijke kansen geven. We verlagen de leerplicht tot 3 jaar en we moeten de consequenties daarvan op het schoolpact nationaal pragmatisch aankaarten . Op die manier worden kinderen meteen in een omgeving gebracht waarin ze de Nederlandse Taal alsook bepaalde motorische vaardigheden kunnen aanleren en bijgevolg de schoolse achterstand beperkt wordt.

Ieder kind krijgt tijdens zijn schoolloopbaan een eigen studieportfolio. Hierin worden de competenties en de realisaties van de studieloopbaan bijgehouden. Voor het beheer van deze portfolio gelden strikte privacyregels.

Kinderen en jongeren hebben het recht op ontdekken, spelen en te leren mislukken.
Taalonderricht moet een hoofdaccent blijven doorheen het basis- en het secundair onderwijs. Geen enkel kind mag de basisschool verlaten zonder Nederlands te kunnen lezen en schrijven. De kennis van minimum twee moderne vreemde talen moet extra gestimuleerd worden. We starten daarom veel vroeger met vreemde talenonderwijs. Het gebruik van vreemde talen moet sterker in de verschillende vakken geïntegreerd worden. Daartoe moeten leerkrachten zelf ook meer ondersteund worden in de uitbreiding van hun talenkennis.

Inclusief onderwijs kan de druk op het buitengewoon onderwijs verlichten, maar vereist financiële middelen en tijd om capaciteitsdruk en vorming leerkrachten in het regulier onderwijs op te vangen.

Slimme, niet-structuurgebonden maatregelen in het secundair onderwijs

Open Vld wil éérst leerlingen en leerkrachten versterken, door in te grijpen in het basisonderwijs, en door de lerarenopleiding en de lerarenloopbaan te versterken, alvorens de secundaire structuren te veranderen.

Structuurveranderingen in het secundair onderwijs worden niet van bovenaf opgelegd maar zijn er op gericht om meer maatwerk mogelijk te maken. De secundaire hervorming van Open Vld is dus gericht op minder sturing en minder regels. Wij kiezen voor meer onderwijsvrijheid en meer maatwerk, wat ook beter aansluit op de organisatie van het Hoger Onderwijs. Daarom willen we in die grootsteden waar schooluitval en schoolse achterstand zeer groot zijn, een specifiek grootstedelijk beleid op maat van de noden, in samenwerking met de onderwijsnetten faciliteren.

We willen geen eenheidsworst in het onderwijs. Wie wil, kan zijn studiekeuze langer uitstellen. Omgekeerd mag wie klaar is om te kiezen onmiddellijk aan de slag.
Naast kennis introduceren we ook competenties in het secundair onderwijs. Hieruit kunnen competentiegerichte eindtermen en leerplandoelen worden afgeleid.

We maken het mogelijk om het algemeen en technisch onderwijs beter op elkaar af te stemmen. Concreet zullen leerlingen kunnen kiezen tussen theorie of techniek, maar ook voor opleidingen die elementen van de huidige richtingen combineren. Door ze beter met elkaar te verbinden, versterken we een totaalaanpak en stappen we af van de vooroordelen en de hiërarchie die onterecht leeft. De vertaling van deze aanpak laten we aan de schoolgemeenschap en wordt niet door “Brussel” van bovenaf opgelegd. In het ASO blijft abstracte en theoretische kennis de prioriteit, maar we geven de kans aan de leerlingen van het ASO om ook meer praktijkgerichte opleidingen te volgen. Omgekeerd kunnen leerlingen uit technische richtingen voor bepaalde interesses hun vaardigheden aanvullen met meer een meer theoretische ondersteuning. Leerlingen die de ASO- of TSO-opleidingen van vandaag willen volgen, zullen dat ook in de toekomst kunnen doen.

Wie een beroep wil leren, moet dat snel en hoog kwalitatief kunnen. We geven het beroepsonderwijs een volwaardige plaats in het onderwijs. We investeren in modern lesmateriaal en verkleinen de afstand tussen de school en de werkplek door meer samen te werken met de private sector. Verder wil Open Vld leerkrachten die deels op de werkvloer staan, deels in het onderwijs. Ook is er nood aan kleinere klasgroepen voor de algemene vakken en meer samenwerking in de hogere jaren met de VDAB, Syntra en de bedrijfswereld. moet beter ondersteund en uitgewerkt worden. Het leercontract wordt een volwaardig onderdeel van ons onderwijssysteem op maat. Met deze ingrepen willen we van de keuze voor een beroepsopleiding een positieve keuze maken. Leerlingen die voor een arbeidsgerichte opleiding kiezen moeten meer dan vandaag voelen dat de samenleving hen nodig heeft.

De eindtermen van het middelbaar onderwijs, zowel in ASO, TSO als BSO moeten het onderwerp “herinneringseducatie rond de Holocaust en mensenrechten” bevatten.
Ons onderwijs is performant maar brengt te weinig ondernemers voort. We zetten in op participatie en ondernemerschap in het onderwijs. We geven scholen de vrijheid dit zelf in te vullen maar voegen stimuleren van ondernemerschap toe aan de doelstellingen van het secundair onderwijs.

Leerkrachten maken het verschil

Open Vld investeert liever in leerkrachten dan in structuren. Wij kiezen daarom ook voor een sterkere lerarenopleiding en lerarenloopbaan. Door bijvoorbeeld meer praktijkervaring én meer masters in het lerarenteam van het basisonderwijs.

We bouwen het aspect ‘omgaan met diversiteit’ mee in het curriculum van de lerarenopleiding en we verhogen het aantal praktijkgerichte opdrachten. De vorming en navorming van leerkrachten moet versterkt worden. Er moeten meer en kwalitatief betere stageplaatsen komen. We investeren in het vermogen tot gedifferentieerd lesgeven en aspecten zoals leren leren, sociale vaardigheden en gelijke kansen. Om dit te ondersteunen moet een ‘Schools of Education’ gerealiseerd worden die een regionaal verankerd center of excellence moet worden waar praktijk en academische kennis gebundeld worden.

Open Vld wil meer mensen warm maken om leerkracht te worden als een uitbreiding of sluitstuk van hun carrière in andere sectoren. Mensen met praktijkervaring kunnen het onderwijs en het beroep verrijken. Het onderwijs moet zich manifesteren als een uitdagende omgeving voor oudere werknemers op zoek naar een nieuwe uitdaging.

Startende leerkrachten moeten na een betere basisopleiding, goed opgevangen en begeleid worden in hun eerste jaren in het onderwijs. We voeren daarom de mentoruren opnieuw in, zorgen voor een blijvend contact met de lerarenopleiding en via digitale platformen maken we het mogelijk voor leerkrachten om nog meer dan vandaag materiaal en goede praktijken uit te wisselen.

Investeren in moderne schoolgebouwen

Elk kind heeft recht op een plaats in een school naar keuze . Daarom zetten we prioritair in op meer capaciteit in het onderwijs en geven daarbij bijzondere aandacht aan de noden in steden. Er is nood aan een meerjarenbegroting scholeninfrastructuur.

Onderwijs in deze nieuwe tijd vraagt om eigentijdse instructuur en lesmateriaal. We investeren daarom fors in nieuwe schoolgebouwen en ICT. Samenwerking met de private sector is geen taboe maar een troef. De kindergolf die eerst de crèches en vandaag de basisscholen bereikt, zal weldra voelbaar zijn in het secundair onderwijs. We anticiperen op die verandering door ook de infrastructuur in het secundair onderwijs bij de tijd te brengen.
Nog meer dan vandaag moeten steden en gemeenten kunnen sturen hoe ze de bijkomende capaciteit willen realiseren, zodat volop kan ingezet worden op synergieën met andere beleidsdomeinen. We pakken de verkokering tussen beleidsdomeinen aan en stemmen de subsidieregelingen in verschillende domeinen beter op elkaar af zodat projecten op maat van gemeente of stad kunnen gerealiseerd worden.

We grijpen de kans om scholenbouw samen met andere sectoren te bekijken. Scholen moeten minder ‘eilanden’ worden. We laten sport- en andere activiteiten beter aansluiten op de schoolinfrastructuur en bekijken de mogelijkheden om tussen scholen en andere voorzieningen faciliteiten zoals parking of energievoorzieningen te delen. Regelgeving met betrekking tot scholenbouw moet rekening houden met de ruimtelijke beperkingen in steden
De scholen van de toekomst zouden ook na de schooluren toegankelijk moeten zijn voor de gemeenschap.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief