Gewoon zoen: LGBTIQ-actieplan

Gewoon zoen: LGBTIQ-actieplan

Open Vld staat voor een open en vrije samenleving waar iedereen zichzelf kan zijn, wat ook je seksuele voorkeur of genderidentiteit is. Je individuele rechten mogen niet worden bepaald door wie je graag ziet of hoe je je gender beleeft.

Onder impuls van een liberale eerste minister stelde ons land vijftien jaar geleden, als tweede land ter wereld, het burgerlijk huwelijk open voor koppels van hetzelfde geslacht. We maakten adoptie voor koppels van hetzelfde geslacht mogelijk en versterkten de bescherming tegen discriminatie op basis van seksuele voorkeur.

Vorig jaar nog zetten we een belangrijke stap voor transgenders: zij kunnen nu ook zonder medische voorwaarde hun geslachtsregistratie en voornaam officieel laten aanpassen.

Het resultaat is er: internationaal wordt ons land vandaag erkend als een van de gangmakers op het vlak van LGBTIQ-rechten. In de jongste Rainbow Index van ILGA Europe staat België op nummer twee in de lijst van meest LGBTIQ-vriendelijke landen.

Zilver is mooi, maar we gaan voor goud! Daarom schuiven we met Open Vld op deze Internationale Dag ter Bestrijding van Homo- en Transfobie (IDAHOT) vijf prioritaire actiepunten naar voor om de rechten van LGBTIQ’s verder te versterken:

  1. Een wettelijk kader voor niet-commercieel draagmoederschap
  2. Meer aandacht voor de rechten van intersekse personen
  3. We schrappen geslachtsverwijzing op officiële documenten waar mogelijk
  4. Strijd tegen hiv en soa’s opvoeren
  5. Maatschappelijke aanvaarding versterken, van de sportclub tot het rusthuis, startend in het onderwijs

  1. Een wettelijk kader voor niet-commercieel draagmoederschap

Heel wat heterokoppels met vruchtbaarheidsproblemen en homokoppels hebben een kinderwens. Soms vinden zij een draagmoeder die bereid is hen te helpen, vaak de zus, de moeder of een goede vriendin van één van de wensouders. Op dit moment bestaat er helaas geen wettelijk kader in ons land dat alle betrokkenen beschermt. Open Vld wil die onzekerheid wegnemen.

Voor alle duidelijkheid: we verbieden commercieel draagmoederschap, want kinderen zijn geen koopwaar. Maar door het gebrek aan een wettelijk kader moeten wensouders na de geboorte een lange adoptieprocedure doorlopen om het kind te laten erkennen. In die periode zijn ze officieel nog geen ouder en kunnen ze dus niet rekenen op sociale rechten zoals ouderschapsverlof.

Ook een school of een crèche vinden is lastig zolang je officieel geen ouder bent. Een oplossing kan zijn dat de wenspapa het kind al voor de geboorte erkent, maar ook dat is een zware juridische procedure. De draagmoeder blijft in dat geval bovendien officieel de moeder, waardoor homokoppels moeten kiezen wie van de twee de officiële papa wordt en wie niet.

Dat zijn niet de enige moeilijkheden. Zo kunnen wensouders weigeren om het kind op te nemen in hun gezin, bijvoorbeeld omdat het een beperking heeft. Of omgekeerd, kan de draagmoeder weigeren om de baby af te staan. Stuk voor stuk situaties met enkel verliezers. Het kind, de draagmoeder en de wensouders moeten de bescherming krijgen die ze verdienen.

Daarom stellen we volgende maatregelen voor:

  • We laten de rechten en plichten van alle betrokkenen nog vóór de bevruchting registreren.
  • We voorzien in uitgebreide counseling voor, tijdens en na de bevalling voor álle betrokkenen, zodat iedereen optimaal is voorbereid.
  • De wensouders en de draagmoeder maken duidelijke afspraken over alle kosten voor de zwangerschap en de bevalling, zoals onder meer medische kosten, compensatie voor het inkomensverlies, opvang van de eigen kinderen en zwangerschapskledij.
  1. Meer aandacht voor de rechten van intersekse personen

Eén van de redenen waarom België vandaag nog niet op één staat in de Rainbow Index van ILGA Europe is omdat we nog een weg hebben af te leggen om de rechten van intersekse personen te garanderen. Intersekse personen zijn mensen die geboren zijn met geslachtskenmerken die niet eenduidig mannelijk of vrouwelijk zijn.

Op 14 februari 2019 nam het Europees Parlement resolutie 2018/2878 aan betreffende de rechten van intersekse personen. Het Europees Parlement veroordeelde daarbij ten stelligste elke medische procedure gericht op het normaliseren van kinderen. Lidstaten werden uitgenodigd om zo spoedig mogelijk alle relevante wetgeving ter bescherming van de fysieke integriteit, autonomie en zelfbeschikking van deze kinderen aan te scherpen of te ontwerpen en aan te nemen. Een inspiratiebron daarbij is de recente wetgeving in Malta en Portugal.

De huidige Belgische wetgeving waarborgt de bescherming van de fundamentele rechten van intersekse personen nog niet. Vooral niet zoals bedoeld in de normen vastgesteld op Europees en internationaal niveau (Resolutie 2018/2878 van het Europees Parlement van 14 februari 2019; Resolutie 2191 (2017) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 12 oktober 2017; beginsel nr. 32 van de Yogyakarta+10 principes, etc.).

Bovendien worden de eisen van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel met de voeten getreden. Vandaag zijn ‘geslachtskenmerken’ nog niet opgenomen in onze wetgeving als discriminatiegrond. Intersekse personen die het slachtoffer worden van discriminatie moeten vandaag rekenen op een voldoende progressieve en breeddenkende rechter die in rechtszaken voldoende inspanningen wil doen om de anti-discriminatiewetgeving op hun maat te interpreteren. Wij verkiezen echter om hen zekerheid te bieden. Daarom wil Open Vld dat ‘geslachtskenmerken’ als een mogelijke discriminatiegrond wordt opgenomen in de wet.

Intersekse personen moeten ook veel meer greep krijgen op hun leven. Vandaag worden baby’s met intersekse kenmerken nog te snel onderworpen aan medische ingrepen die hun lichaam zo veel mogelijk in overeenstemming trachten te brengen met het geslacht waarvan ouders en dokters aannemen dat ze het dichtst benaderen. Open Vld wil dit soort ingrepen op intersekse baby’s liever uitstellen tot de kinderen zelf hun toestemming kunnen geven om ze (al dan niet) uit te voeren.

  1. We schrappen geslachtsverwijzing op officiële documenten waar mogelijk

Al te vaak worden mensen geconfronteerd met vragen die er gewoon niet toe doen. De vraag naar iemands geslacht is er zo één. Het kan gaan om rechtstreekse vragen (m of v aankruisen) of onrechtstreeks als je wordt gevraagd een aanspreektitel aan te vinken (mijnheer, mevrouw).

In onze superdiverse samenleving brengen deze vragen sommige mensen in een vervelend parket. Naast interseksuelen, worden ook transgenders in volle transformatie door dit soort vragen soms in verlegenheid gebracht. Daarnaast zijn er categorieën van mensen, zoals questioning, die zelf nog niet in het reine zijn met hun gender, of die er bewust geen punt van willen maken.

Daarom is Open Vld voorstander om officiële documenten genderneutraal op te stellen en expliciete vragen naar iemands geslacht achterwege te laten. Enkel wanneer gender er echt toe doet, kan deze vraag nog gesteld worden. We willen dan wel de bijkomende optie voorzien voor non-binaire personen om naast M of V een extra mogelijkheid van een zgn. ‘derde geslacht’ (X of blanco) te kunnen aankruisen.

Symbolisch zeer belangrijk is de identiteitskaart. Daarop willen we graag de expliciete verwijzing naar iemands geslacht schrappen. Het is een ambitie die we nastreven, maar die nog heel wat overleg vraagt. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat mensen die zich naar het buitenland begeven moeilijkheden zouden ondervinden bij douanecontroles en dergelijke.

  1. Strijd tegen hiv en soa’s opvoeren

We hebben alleen aantal veldslagen gewonnen, maar structureel is de strijd tegen hiv/aids helaas nog niet gestreden.

In 2017 werden in ons land 890 nieuwe hiv-diagnoses vastgesteld. Dat zijn 2,4 nieuwe diagnoses per dag, tegenover 2012 een daling met 27,5%. Toch blijft het aantal nieuwe diagnoses nog steeds te hoog. In het bijzonder bij twee groepen is er sprake van geconcentreerde hiv-epidemieën: mannen die seks hebben met mannen (MSM) en Sub-Saharaanse Afrikaanse migranten. Eén op twintig MSM is drager van het hiv-virus.

Om de strijd tegen hiv op te voeren werd in 2014 het eerste interfederaal hiv-plan opgesteld (2014-2019). Het plan bevat 58 maatregelen, gaande van preventie, opsporing en toegang tot behandeling en zorg voor mensen met hiv. Maggie De Block nam als minister van Volksgezondheid voor het curatieve luik een hele reeks maatregelen, waaronder:

  • Terugbetaling van PreP. Het preventief gebruik van hiv-remmers om besmetting te voorkomen is terugbetaald voor risicogroepen. De terugbetaling van PreP is gekoppeld aan medische opvolging en begeleiding in een aidsreferentiecentrum.
  • Snellere toegang tot virusremmers voor mensen met hiv. Dat is belangrijk: hoe lager de virale lading en hoe sneller de behandeling start, hoe minder kans dat de ziekte overgaat bij onveilig seksueel contact.
  • Erkenning van de Positieve Raad. Via de Positieve Raad kunnen hiv-patiënten maatregelen rond de preventie en aanpak van hiv en aids actief helpen vormgeven. Ze komen zo mee aan het roer te staan van het beleid.
  • Het wettelijk toelaten van hiv-zelftesten en gedemedicaliseerd testen. Die instrumenten zijn belangrijk voor de vroegtijdige opsporing van hiv.
  • Betere psychologische begeleiding van mensen met vragen over hun genderidentiteit of genderdysforie.
  • Versoepeling van verbod bloeddonatie MSM. Het strenge verbod voor mannen die seks hebben met mannen om bloed te doneren werd door de doelgroep vaak als discriminerend ervaren. De nieuwe regeling verloopt binnen een veilig kader.

Bij de start van de nieuwe legislatuur moet er, na een evaluatie, een update komen van het interfederaal actieplan rond de strijd tegen hiv.

Het nieuwe actieplan moet blijven focussen op hiv-preventie en verder werken aan de drempelverlaging rond hiv-testbeleid, het garanderen van anoniem testen en het verhogen van de toegankelijkheid tot PreP en andere preventieve middelen.

Daarnaast moet de focus van het actieplan breder: er moet meer aandacht gaan naar soa’s en seksuele gezondheid. Ook naar het aanpakken van hiv-gerelateerde discriminatie moet de nodige aandacht gaan, net als naar kwetsbare groepen zoals sekswerkers, vluchtelingen, asielzoekers en mensen zonder papieren.

  1. Maatschappelijke aanvaarding versterken, van sportclub tot rusthuis, startend in de klas

Leren samenleven in een diverse samenleving start in het onderwijs. Jezelf kunnen zijn en anderen aanvaarden, met hun seksuele oriëntatie, genderidentiteit en –expressie… de basis daarvan leggen we op school. Het is een uitdaging voor alle netten, én voor alle leeftijden, die al begint in de kleuterklas.

De Vlaamse scholierenkoepel vraagt uitdrukkelijk meer aandacht voor relationele en seksuele vorming. Het goede nieuws is dat het thema kwaliteitsvolle relationele en seksuele vorming intussen uitdrukkelijker aanwezig is in de nieuwe eindtermen van de eerste graad van het secundair onderwijs, inclusief aandacht voor LGBTIQ-relaties.

Maar enkel relationele en seksuele vorming in de eindtermen opnemen volstaat niet. Ook de kwaliteit en de mate waarin jongeren effectief les krijgen is belangrijk. Bovendien moeten leerkrachten zich gesteund voelen door hun directie. Anders zullen ze geneigd zijn zich te beperken tot traditionele aspecten die vooral focussen op risicobeheersing, de puur biologisch aspecten van de voortplanting en het voorkomen van zwangerschappen, hiv en andere soa’s. Allemaal belangrijke aspecten, maar ruim onvoldoende als relationele en seksuele vorming.

Ook het mooie van relaties moet aan bod kunnen komen, durven benoemen wat je wel en niet leuk vindt, het leren stellen van grenzen, jongeren weerbaar maken tegenover grensoverschrijdend gedrag.

Een ander probleem is dat leerkrachten mogelijk hun toevlucht nemen tot het uitbesteden van deze vorming aan bepaalde externe organisaties. Helaas gebeurt dat soms aan conservatieve organisaties die zich in de religieuze sfeer situeren. Dit is ronduit nefast voor jongeren, die hierdoor niet geïnformeerd maar gedesinformeerd worden! Een organisatie zoals Sensoa, het Vlaams Expertisecentrum voor Seksuele Gezondheid, biedt daarentegen kwaliteitsvolle ondersteuning en informatie.

Daarom stellen we volgende maatregelen voor:

  • SOGIE (Seksuele Oriëntatie, Genderidentiteit & Expressie) moet meer aandacht krijgen in de eindtermen van het basisonderwijs en van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs.
  • RSV (Relationele en Seksuele Voorlichting), met inbegrip van LGBTIQ-acceptatie moet geïntegreerd worden als verplicht onderdeel in de lerarenopleiding.
  • Geef leerkrachten de mogelijkheid om zich bij te scholen rond RSV en LGBTIQ-acceptatie.
  • Schooldirecties mogen leerkrachten niet hinderen of ontraden, maar moeten hen ondersteunen en stimuleren om deze lessen grondig en inhoudelijk aan te pakken.
  • Binnen de scholen moet er in het anti-pestbeleid bijzondere aandacht zijn voor LGBTIQ-personen.

Ook moet er een onderzoek komen naar de concrete aanpak in het onderwijs rond relationele en seksuele vorming en naar de manier waarop scholen in de praktijk omgaan met relaties en seksualiteit van schoolgaande jongeren. Zo’n onderzoek gebeurt best regelmatig, meer bepaald om de vijf jaar. Zo beschik je over een regelmatige, longitudinale studie, kan je evoluties goed in kaart brengen en bijsturen. Het best worden de resultaten van die studie bekend bij het begin van een nieuwe legislatuur. Een nieuwe Vlaamse regering kan dan bij de onderhandelingen van het regeerakkoord rekening houden met bijkomende noden.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief