Chat with us, powered by LiveChat

Herinneringsplechtigheid naar aanleiding van de Internationale Dag van Herinnering aan de Slachtoffers van de Holocaust

Herinneringsplechtigheid naar aanleiding van de Internationale Dag van Herinnering aan de Slachtoffers van de Holocaust

Verwelkoming door de Kamervoorzitter Patrick Dewael

Op 1 november 2005 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bij consensus een resolutie goed waarbij 27 januari -de dag van de bevrijding van het vernietigingskamp Auschwitz, nu 75 jaar geleden- uitgeroepen werd tot Internationale Dag van Herinnering aan de Slachtoffers van de Holocaust. Sinds datzelfde jaar 2005 is België lid van de ‘International Holocaust Remembrance Alliance’, een intergouvernementele organisatie tot wereldwijde bevordering van de herinnering aan en het onderzoek naar de Holocaust.

Met deze plechtigheid ter gelegenheid van Holocaust Memorial Day, wil de Kamer van volksvertegenwoordigers de herinnering aan de slachtoffers van de Holocaust levendig houden. We doen dat voor het derde jaar op rij, en hopen die traditie ook de volgende jaren te mogen voortzetten. Ook wanneer de laatste overlevende gestorven zal zijn, mogen we die slachtoffers immers niet vergeten. Hun getuigenis en hun offer zullen voor altijd van onschatbare waarde zijn.

De Holocaust was een in de geschiedenis van de mensheid ongeziene poging om een volk en zijn cultuur geheel te vernietigen. De systematische vervolging van en genocide op Joden door de nazi’s en hun bondgenoten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, kostte het leven aan bijna 6 miljoen Europese Joden. Hun uitroeiing, maar ook -laten we het niet vergeten- de uitroeiing van duizenden leden van andere etnische minderheden en politieke gevangenen, trof de westerse en bij uitbreiding de hele menselijke beschaving in hun fundamenten.

Ook in dit land werden de Joden niet gespaard: 24.908 mannen, vrouwen en kinderen zijn er weggevoerd, van wie 23.713 -dat is 95%!- omgekomen zijn. Vanaf juli 1942 werden ze samengebracht in de Mechelse Dossinkazerne en dan gedeporteerd naar Auschwitz.

De situatie van de Joden in de Tweede Wereldoorlog is in België het onderwerp geweest van veel historisch onderzoek.

Dat onderzoek heeft een aantal minder fraaie aspecten aan het licht gebracht, niet het minst wat betreft de houding van de Belgische overheden tegenover de Jodenvervolging.

Toch blijkt uit een groeiend aantal publicaties dat zelfs in de gevaarlijkste momenten van de oorlog heel wat Belgen -van diverse godsdienst en levensbeschouwing- de moed hadden het onrecht te weerstaan door, met gevaar voor eigen leven, Joden, vooral Joodse kinderen, te verbergen en vaak te behoeden voor deportatie. Een van die kinderen was de latere winnaar van de Nobelprijs voor Natuurkunde baron François Englert, die vorig jaar in deze vergaderzaal een aangrijpende getuigenis aflegde van zijn lotgevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

We weten natuurlijk allemaal dat de herinnering aan de Holocaust en het voorbeeld van de landgenoten die Joden hebben geholpen of zich op een of andere manier tegen de gruwel verzet hebben, niet zullen volstaan om de huidige en toekomstige generaties weg te houden van intolerantie en extremisme.

Niettemin zijn herinneringsmomenten en -plechtigheden zoals vandaag van essentieel belang, omdat ze een aanzet geven tot het weer oproepen, analyseren en bespreken van de feiten. Musea zoals het Memoriaal over Holocaust en Mensenrechten in Mechelen wijzen op de veelheid aan factoren en mechanismen die een land -ook een democratisch land- er kunnen toe brengen bevolkingsgroepen uit te sluiten en te verdrijven.

Ook hier, in het halfrond van de Kamer, worden twee maal per jaar -op 8 mei en op 11 november- jongeren uitgenodigd om, in aanwezigheid van getuigen en specialisten, na te denken over oorlog en vrede. Telkens stel ik vast dat dat heel wat losmaakt bij die jongeren.

Ik kan u verzekeren dat ik, samen met de leden van het Bureau van deze assemblee, vast van plan ben die herinneringsinitiatieven voort te zetten.

 

Dames en heren,

In de aanloop naar Holocaust Memorial Day wil ik benadrukken dat een democratische staat het aan zichzelf verplicht is elke vorm van onverdraagzaamheid, aanzetting tot haat, discriminatie, pesterij of geweld jegens individuen of gemeenschappen op grond van godsdienst of etnische origine, zonder enig voorbehoud te veroordelen en te bestrijden.

Elke dag duiken berichten op over intolerantie tegenover personen van een andere afkomst, levensbeschouwing of seksuele geaardheid.

Schrijnend en angstaanjagend is de toenemende discriminatie -ook van overheidswege!- van migranten en van de lgbti-gemeenschap in verschillende lidstaten van de Europese Unie.

En zelfs in een land als het onze, met zijn lange democratische traditie, bulken de internetfora van racistische bagger, en gebeurt het dat joden en moslims publiekelijk beledigd en homoseksuelen afgeranseld worden.

Het is onze plicht om die bijzonder kwalijke ontwikkeling, die zich bovendien zelf in stand lijkt te houden, onvoorwaardelijk tegen te gaan. Diversiteit is immers niets minder dan een kwestie van beschaving.

Ter nagedachtenis van de talloze slachtoffers van de Holocaust stel ik u voor een minuut stilte in acht te nemen.

En mémoire des innombrables victimes de la Shoah, je vous propose d’observer une minute de silence.

In commemoration of those who died in the Holocaust, may I ask you a minute of silence.

Dames en heren,

We zullen eerst naar de getuigenis luisteren van mevrouw Marie Pinhas-Lipstadt.

Mevrouw Marie Pinhas-Lipstadt werd in juli 1944 -ze was toen dertien- in Brussel samen met haar ouders door de Gestapo gearresteerd, en via de Dossinkazerne naar verschillende naziconcentratiekampen gebracht. Sinds 1995 praat ze openlijk over haar deportatie. Ze doet dat steeds op spontane maar ook serene wijze, en aarzelt niet om met haar toehoorders in gesprek te gaan. « Cela m’intéresse beaucoup d’entendre des gens qui n’ont pas été aux camps et qui ne sont pas directement concernés par cette mémoire poser des questions et vouloir savoir », aldus mevrouw Pinhas-Lipstadt.

Na de getuigenis van mevrouw Pinhas-Lipstadt, zal de thematoespraak van vandaag gehouden worden door professor Herman Van Goethem.

Professor Van Goethem is doctor in de rechten, licentiaat in de geschiedenis en gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, waar hij sinds 2016 het ambt van rector bekleedt.

Bekendheid bij een breed publiek verwierf professor Van Goethem met zijn boek De monarchie en het ‘einde van België’: een communautaire geschiedenis van Leopold I tot Albert II in 2008, en vooral met het vorig jaar verschenen 1942. Het jaar van de stilte. In dat boek -het resultaat van 14 jaar noeste wetenschappelijke arbeid- toonde hij voor het eerst duidelijk aan dat het Antwerpse stadsbestuur in het kader van de bestuurlijke collaboratie actief meewerkte aan de voorbereiding van de Jodenrazzia’s in de zomer van 1942.

Maar professor Van Goethem is erin geslaagd een nog ruimer publiek te bereiken dan met zijn publicaties, en wel door Kazerne Dossin: het Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten in Mechelen dat hij vanaf 2008 realiseerde, en dat in december 2012 open ging.

Professor Van Goethem won in de loop van zijn reeds bijzonder rijkgevulde loopbaan een aantal prestigieuze wetenschappelijke prijzen.

Ten slotte zullen twee laureaten van de wedstrijd 2019 van de Stichting Auschwitz voor leerlingen uit het secundair onderwijs het woord nemen: mejuffrouw Phoebe Demi Beetens, van het Atheneum in Brakel, en mejuffrouw Marylène Fontaine, van het Centre scolaire Saint-Raphaël in Remouchamps.

De plechtigheid zal opgeluisterd worden door de de jonge Belgische cellist Joachim Jamaer.

Graag verleen ik mevrouw Pinhas-Lipstadt nu het woord.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief