Opinie: Onze sociale woningbouw gaat te traag. Betrek de private sector en doe nu iets voor de wachtenden.

Opinie: Onze sociale woningbouw gaat te traag. Betrek de private sector en doe nu iets voor de wachtenden.

Volgens Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld) tonen de onderbenutte kredieten in de sociale woningbouw aan dat de bouw van sociale woningen achterhaald is.

De helft van alle huurders heeft recht op een sociale woning

Er staan vandaag ongeveer 170.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning. Nog nooit was die lijst zo lang. Bovendien staan niet alle mensen die recht hebben op een sociale woning erop. Velen schrijven zich niet in hoewel ze voldoen aan de inkomensvoorwaarden. Bijvoorbeeld omdat ze niet in een sociale woonwijk willen wonen of omdat ze niet op de hoogte zijn van hun recht op steun.

Er is meer budget maar het raakt niet op

Het budget om sociale woningen te bouwen werd aan het begin van de regeerperiode opgetrokken maar nu raakt het niet op. Dat heeft verschillende redenen: omdat ze vaak worden gebouwd in woonuitbreidingsgebieden, ontstaat er protest vanuit de buurt en worden er regelmatig processen aangespannen tegen dergelijke projecten. Vandaag fixeren de sociale huisvestingsmaatschappijen zich ook vooral op de nakende fusie tussen sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen, die tegen 1 januari 2023 rond moet zijn. Daarnaast hebben aannemers veel werk en kan de bouwsector maar ongeveer 2.500 sociale wooneenheden per jaar bouwen.

Slopen en bouwen in open ruimte

Sociale woningen bijbouwen is dus begrensd naar ruimte toe. Er is nog amper 1.700 hectare in bezit van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Ook is de bouw begrensd naar bouwvolume toe. Wat kan de sector aan? Bovendien leidt bouwen vaak tot afbraak zodat er minder bijkomt dan dat er in totaal gebouwd wordt. Er worden bijvoorbeeld tien woningen gesloopt om er vijftien te bouwen. Dat zorgt ervoor dat er maar een beperkt aantal nieuwe mensen wordt geholpen want de bewoners van die sloopwoningen worden natuurlijk ook opnieuw gehuisvest.

Van levenslange naar tijdelijke contracten

En dan is er het verschil in contracten. Oude huurcontracten blijven levenslang, terwijl nieuwe slechts tijdelijk zijn. Wel kunnen deze verlengd worden. Jarenlang heb ik gepleit voor die tijdelijkheid van sociale huurcontracten. In 2014 werd dit dan ingevoerd met als doel meer rotatie, meer sociale emancipatie en nieuwe behoeftigen helpen.

Ik ben er een grote voorstander van om huurcontracten sowieso maar zes jaar toe te wijzen. Nadien moeten mensen opnieuw op hun eigen benen staan. Zes jaar een gunst bekomen om goedkoop te wonen is een goede zaak maar nadien zijn er nieuwe behoeftigen. Wie ziek is of niet aan de slag kan mag uiteraard blijven.

Meer stimuleren om te werken

In ons systeem vandaag wordt zowel je huurprijs als een eventuele huurpremie berekend op basis van je inkomen. Wie gaat werken, moet een hogere huurprijs betalen. Zo ontstaat er echter een dubbele huisvestingsval voor de bewoner van een sociale woning. Hetzelfde geldt voor huurders op de private markt die een huurpremie ontvangen. Wie aan de slag gaat en meer verdient, verliest zijn huurpremie. Dat moet anders. De huurprijs moet een vast bedrag zijn. Enkel op die manier loont werken. Want wie werkt moet vooruitgaan.

Van huurpremie naar huurbonus

Omdat huurpremies niet emanciperend werken denk ik dat een huurbonus een beter systeem is. Je kan zo een deel van je huurprijs fiscaal aftrekken. Vroeger bestond dit systeem ook voor de eerste woning waarvoor je leende. Helaas werd die fiscale korting afgeschaft. Ze opnieuw invoeren voor huurders zorgt ervoor dat zij adem krijgen en maakt ook dat ze kunnen sparen om een eigen woning te verwerven.

Van sociale woonwijken naar meer sociale mix

Een sociale woning is een woning voor iemand die geen normale huurprijs kan betalen. Voor mij moet die niet per se in eigendom zijn van een sociale huisvestingsmaatschappij. In een sociale woonwijk moet vooral meer sociale mix aanwezig zijn. Daarnaast zouden de bewoners van een sociale woning en de mensen op de wachtlijst dezelfde voordelen moeten hebben. Nu sluit men de ogen voor de 170.000 wachtenden. Vandaag komen zij op de private huurmarkt terecht.

Tot slot duurt sociale woningen bouwen naar schatting zes tot zeven jaar en brengt het voor de overheid ook infrastructuurkosten met zich mee. Huren daarentegen is snel en brengt geen infrastructuurkosten met zich mee. Huren op de private markt heeft trouwens ook het voordeel dat niemand ziet dat je inkomen minder groot is. In een sociale woonwijk daarentegen weet iedereen dat je niet veel verdient. Zelf woonde ik tot mijn 22 jaar in een sociale woning. Dat zorgde ervoor dat ik op verjaardagsfeestjes altijd een beetje  beschaamd was wanneer mijn vriendjes kwamen.

De private sector betrekken bij het sociale woningvraagstuk is geen asociaal pleidooi. Het is een pleidooi om een vooroorlogssysteem te evalueren. Het werkt te traag, helpt niet voldoende en er is meer nodig met dezelfde middelen. Trouwens, binnenkort is de grond van de sociale huisvestingsmaatschappijen op en zal de overheid verplicht worden om het systeem te herdenken. Ik roep op om dat nu al te doen.

Mercedes Van Volcem, Vlaams Parlementslid Open Vld



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief