Chat with us, powered by LiveChat

Open Vld legt plan op tafel om conflict tussen natuur en landbouw te overstijgen

Open Vld legt plan op tafel om conflict tussen natuur en landbouw te overstijgen

De stikstofproblematiek, de bouwshift, de toegenomen aandacht voor open ruimte,… Het aantal dossiers dat de spanningen tussen landbouw en natuur doet oplopen lijkt eindeloos. Open Vld grijpt het moment aan om de vaak aangehaalde tegenstellingen te overstijgen. Natuur en landbouw kunnen namelijk ook partners zijn om tegemoet te komen aan de maatschappelijke vraag naar een meer divers landschap en een gezondere leefomgeving. Vlaams Parlementslid Steven Coenegrachts schreef er een conceptnota over met als doel de angel uit het conflict te halen. “Ik wil intensieve landbouw en natuur van mekaar scheiden via een bufferzone. Daar horen vormen van landbouw thuis die een beperkte impact hebben op de leefomgeving, zoals agroforestry en biolandbouw. Aan de ene kant van de bufferzone krijgt de natuur alle ruimte om zich te ontwikkelen zonder de impact van bijvoorbeeld bemesting. Aan de andere kant van de zone heeft de hoogproductieve landbouw zicht op een rechtszekere toekomst in Vlaanderen”, zegt Coenegrachts.

Vlaanderen is een dichtbevolkte regio waar elke inwoner ruimte nodig heeft om te wonen, werken, leven, van voedsel voorzien te worden en zich te verplaatsen. Hiervoor wordt vaak ruimte ingenomen en verhard. Tegelijk staat onze open ruimte onder druk. De verspreide bebouwing en verstedelijking zorgen voor een versnippering van de landbouwgrond. Ook doen ze die grondprijzen stijgen. Daardoor voelen alle partijen zich vandaag een verliezer. Enerzijds maken de landbouwers zich zorgen over de hoge grondprijzen en de potentiële aantasting van de bestaande grond. De bevolking ergert zich anderzijds aan de landschapsverschraling, de achteruitgang van de milieukwaliteit en de biodiversiteit en het kleine aantal groene bestemmingen. De vele wandelingen tijdens de coronacrisis maakten dit nogmaals duidelijk.

Dé maatschappelijke vraag die zich vandaag stelt is: hoe komen we tot grotere en beter aaneengesloten openruimtegebieden waar landbouw, natuur en bos meer in symbiose functioneren? We stellen vast dat Vlaanderen voor 21 procent (of ruim 280.000 hectare) uit biologisch waardevol gebied bestaat. Slechts 95.000 hectare daarvan valt vandaag onder effectief natuurbeheer. Daarnaast is 35 procent (of 99.000 hectare) zonevreemd. Een groot stuk van onze natuur is dus niet als dusdanig ingekleurd en geniet bijgevolg weinig bescherming.

Met zijn conceptnota in het Vlaams Parlement wil Coenegrachts oplossingen aanreiken die momenteel onderbelicht worden. Zo is een goede ruimtelijke ordening essentieel. Die moet zorgen voor een Pax Naturae; een beleid dat natuur en landbouw met elkaar in evenwicht brengt. Dat is het streefdoel. Want zowel landbouw als natuur zijn van cruciaal belang voor ieder van ons. De basis voor zo’n Pax Naturae is een grondendeal om te komen tot drie zones in het landschap:

Zone 1: De natuur- en bosgebieden. Deze willen we verdubbelen in oppervlakte. Waar mogelijk kan bekeken worden om bestaande natuurgebieden te vergroten en te verbinden. Schaalvergroting in de natuur zorgt namelijk voor meer diversiteit. De verdubbeling van de oppervlakte van het Nationaal Park Hoge Kempen is hier een uitstekend voorbeeld van. De Vlaamse overheid engageert zich om een structurele financiële inspanning te doen met het oog op een optimale inrichting van de bos- en natuurgebieden. In deze natuurgebieden kunnen er ook kansen gecreëerd worden voor landbouw, op voorwaarde dat deze volledig ten dienste staan van het biodiversiteitsbehoud. Concreet houdt dit in dat er in deze zone volledig gestopt wordt met bemesting en het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

In overleg met natuurorganisaties kan bekeken worden welke overige mogelijkheden er zijn voor boeren die willen bijdragen aan de verduurzaming. In heel wat natuurgebieden die worden beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) of Natuurpunt wordt vandaag immers aan landbouw gedaan, maar wel volledig in functie van de natuurdoelen. Extensieve landbouwtechnieken zijn hier een middel en geen doel. Het gaat hier om landbouwers die op het terrein aan natuurbeheer doen. Regelmatig wordt er dan gekozen voor het houden van weinig voorkomende rundvee- of paardenrassen, bijvoorbeeld omdat die beter gedijen op vochtigere weilanden.

Zone 2: De gordel of bufferzone rond de natuurgebieden. Deze wordt voorbehouden voor vormen van landbouw die een beperkte impact hebben op de omgeving en waar het rendement per hectare niet het belangrijkste uitgangspunt is. Voorbeelden hiervan zijn agro-ecologie, biolandbouw en boslandbouw. Dit laatste systeem is uitermate geschikt voor de Vlaamse context waar de oppervlakte aan landbouwgrond beperkt is en er steeds gezocht wordt naar alternatieven voor een productief landbouwsysteem op lange termijn. We hanteren een bredere definitie van het concept agroforestry. Ook voedselbossen, voedselstruiken voor dieren of het integreren van hagen komen in aanmerking als boslandbouw.

In een gordel of bufferzone dringt een multifunctionele benadering zich op. De aanwezige landbouwbedrijven kunnen optimaal gebruikmaken van taakdiversificatie (educatieve projecten, het verlenen van ecosysteemdiensten, zorg, hoevetoerisme, enzovoorts). Een multifunctionele inrichting van de open ruimte zorgt voor de realisatie van een integraal waterbeheersysteem, het behoud van de landschappelijke kwaliteiten, het versterken van de ecologische infrastructuren en een
toeristisch-recreatief medegebruik op maat van de draagkracht van de ruimte.

Zone 3: Deze gronden zijn voorbehouden voor hoogproductieve landbouwactiviteiten. Omdat Vlaanderen een dichtbevolkte en verstedelijkte regio is, heeft onze landbouw zich ontwikkeld tot een hooggespecialiseerde en intensieve sector. Het uitgangspunt hierbij is: zoveel mogelijk produceren op een zo klein mogelijke oppervlakte. Daardoor focust Vlaanderen zich op de ontwikkeling van
niet-grondgebonden landbouwactiviteiten zoals tuinbouw onder glas, intensieve dierhouderij en fruitteelt. Dat beleid vertaalt zich in een hoge toegevoegde waarde en een positief saldo op de handelsbalans van ongeveer zes miljard euro per jaar. In het kielzog van de landbouw ontwikkelde een voedingsindustrie met een jaarlijkse omzet van 62 miljard euro. Inmiddels groeide deze uit tot de grootste werkgever in Vlaanderen met een kleine 150.000 jobs.[1]

De conceptnota wil in deze zone voldoende ruimte creëren voor intensieve landbouwactiviteiten. Dat betekent dat natuurverenigingen en andere actoren in deze gebieden stoppen met het opkopen van landbouwgrond. Ook gaan we als overheid geen bebossing stimuleren. Kortom: de overheid zal de landbouwactiviteiten hier ten volle beschermen. De tendens naar schaalvergroting en intensivering is hierbij echter niet de enige mogelijkheid. Nog steeds denken vele boeren dat schaalvergroting de enige manier is om te komen tot een economisch leefbaar bedrijf. Dat klopt al lang niet meer. De moderne boer moet op zoek gaan naar een businessmodel op maat. Voor de ene betekent dat inderdaad schaalvergroting en intensivering. Voor de andere betekent dat een klein en sterk gespecialiseerd bedrijf. De conceptnota laat beide mogelijkheden toe.

De verduurzaming die al aan bod kwam in de bufferzone zal ook in deze derde zone aan belang winnen. Agro-ecologische principes zullen steeds meer worden toegepast. Hier geldt wel de belangrijke voorwaarde dat deze niet tot een productiedaling mogen leiden. In deze gebieden kunnen akkerranden bijvoorbeeld ingezaaid worden met bloemenmengsels om zo een positieve bijdrage te leveren door bestuiving en plaagbestrijding.

De praktische uitrol van het voorgestelde plan is mogelijk aan de hand van proefprojecten en via het decreet Landinrichting. Op middellange termijn kan een nieuwe maar tijdelijke bestemmingscategorie, de blanco bestemming, ingevoerd worden. Daarmee zouden gronden makkelijk geruild kunnen worden tussen landbouw, natuur en bufferzone en kan het drie-compartimenten-landschap ook op de gewestplannen vorm krijgen. “De vergrijzing die op de landbouwsector afkomt kan hier kansen bieden en het eenvoudiger maken om landbouwgrond om te zetten naar natuur”, zegt Steven Coenegrachts.

Coenegrachts besluit: “Met dit voorstel wil ik het debat op gang brengen over oplossingen binnen de ruimtelijke ordening om natuur en landbouw met mekaar te verzoenen. Ik roep zowel de natuurverenigingen als de landbouworganisaties op om dit met open blik te bekijken. Het dubbelinterview met Freek Verdonckt (Natuurpunt) en Hendrik Vandamme (Algemeen Boerensyndicaat) in De Standaard van 17 april 2021 sterkt mij in de overtuiging dat beide kanten bereid zijn om uit de loopgraven te komen en aan concrete oplossingen te werken.”

[1] https://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/publicaties-cijfers/landbouwcijfers



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief