Chat with us, powered by LiveChat

Opinie – Laat langdurig werkzoekenden niet los

Opinie – Laat langdurig werkzoekenden niet los

In januari telde Vlaanderen 101.689 werkzoekenden die al meer dan een jaar op zoek zijn naar werk. Dat is meer dan de helft van alle werkzoekenden. En hun cijfer stijgt: op één jaar tijd steeg het aantal werkzoekenden die tussen 1 en 2 jaar werk zoeken met maar liefst 24,3%. Het aantal mensen die al langer dan twee jaar zoeken steeg met 8,1%. En het ziet ernaar uit dat deze trend zich in de komende maanden zal voortzetten. Want ook de groep van mensen die al meer dan 6 maanden zoekt stijgt sterk.

In de komende maanden verwacht men bovendien een sterke toename van het aantal werkzoekenden in Vlaanderen. Eens de uitgebreide coronasteunmaatregelen stoppen zullen heel wat ondernemingen de lippen niet meer boven water kunnen houden en gedwongen worden tot afvloeiingen. Volgens projecties van de VDAB zou het aantal werkzoekenden tegen het einde van dit jaar kunnen stijgen tot 271.000, ofwel 78.000 extra werkzoekenden.

De VDAB en haar partners staan dus voor een helse opdracht in de komende maanden: hoe ervoor zorgen dat deze nieuwe werkzoekenden snel terug aan de slag kunnen gaan. Want – en dat is het goede nieuws – samen met de toename van het aantal werkzoekenden verwacht men ook een snelle toename van het aantal vacatures. Het is dus goed dat de VDAB zich klaarmaakt om deze mensen snel bij de hand te nemen en naar die nieuwe vacatures te begeleiden.

Maar dat mag niet ten koste gaan van de begeleiding van de langdurig werkzoekenden. En dat is nu juist wat vandaag op tafel ligt binnen de VDAB: een afbouw van de begeleiding van mensen die al lang op zoek zijn naar werk en de zogenaamde “aangepast beschikbaren”, zeg maar de oudere werkzoekenden. De redenering lijkt simpel: first in first out. We zetten onze beperkte capaciteit bij voorrang in op de nieuwe groep werkzoekenden, waarvan we verwachten dat we hen vaak snel terug aan het werk kunnen krijgen.

Toch gaat deze redenering niet op. Vooreerst omdat de VDAB recent nog 26 miljoen euro extra kreeg, waarvan 10 miljoen euro specifiek voor een versterking van de toeleiding. Met dat geld kan men zo’n 150 extra bemiddelaars aantrekken voor één jaar. Volgens sommigen zal dat nog niet volstaan, maar dan wordt het wel eens hoog tijd dat men binnen de organisatie – die 5.000 werknemers telt –  werk maakt van een grondige hervorming, inclusief kerntakendebat. De voorbije jaren kenden we sterk dalende werkloosheidscijfers. De bemiddelingscapaciteit werd toen niet noemenswaardig verminderd. Nu de harmonica terug opentrekt is het antwoord dus niet opnieuw meer personeel.

Daarnaast is de redenering bikkelhard voor die 100.000 langdurig werkzoekenden. Zij krijgen hiermee het signaal dat ze aan hun lot worden overgelaten. Dat kunnen en mogen we niet aanvaarden. Van een organisatie die jaarlijks 800 miljoen euro krijgt van de Vlaamse overheid, mogen we beter verwachten. Een afbouw van haar meest essentiële dienstverlening, met name de activering van werkzoekenden, is geen optie.

Tenslotte laat de VDAB daarmee ook onze bedrijven in de steek. Recent lazen we nog dat de lijst met knelpuntberoepen nog nooit zo lang was. In de zorg, de bouw, de IT- en vele andere sectoren vinden werkgevers moeilijk mensen om hun vacatures in te vullen. Deze krapte op onze arbeidsmarkt is niet nieuw en zal ook post-corona snel terug boven water komen. Voor elke vijf werknemers die in de komende jaren met pensioen gaan, staan er maar vier jongeren klaar om hun plaats in te nemen. Deze krapte is ronduit bedreigend voor onze welvaart. Want als we te weinig mensen hebben om onze economie te doen draaien, zullen de tekorten in onze sociale zekerheid alleen maar groter worden en dus ons hele welvaartsmodel in gevaar brengen.

Ik roep de VDAB daarom op om dit plan te leggen waar het thuishoort: in de vuilbak. Deze mensen, onze bedrijven en ons welvaartsmodel rekenen erop dat we werk blijven maken van hun activering. De gemakkelijke weg – we bouwen dienstverlening af – is hier de slechtst denkbare weg en zal zeer nefaste gevolgen hebben voor onze arbeidsmarkt in de komende jaren. Iedereen weet immers dat hoe langer mensen in werkloosheid zitten hoe moeilijker het wordt om hen terug aan de slag te krijgen. We kunnen het ons dus niet veroorloven deze mensen even ‘on hold’ te zetten.

Dat betekent dat men een andere weg zal moeten kiezen. Men zal eens grondig moeten nagaan welke taken echt nog kerntaken zijn en welke niet. Hoe men het beschikbare personeel efficiënter kan inzetten. Hoe men andere taken meer kan toevertrouwen aan partners. Ik besef dat dit een moeilijkere weg is. Maar het is de enige juiste weg.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief