Chat with us, powered by LiveChat

Parlementslid Stephanie D’Hose vraagt om ook de niet-gesubsidieerde cultuursector toegang te geven tot het noodfonds

Parlementslid Stephanie D’Hose vraagt om ook de niet-gesubsidieerde cultuursector toegang te geven tot het noodfonds

De cultuursector is een van de ergst getroffenen van deze coronacrisis. Stephanie D’Hose, Vlaams Parlementslid voor Open Vld, vroeg zich tijdens de plenaire vergadering af hoe ver de Vlaamse Regering staat met haar exitplan voor deze sector en welk percentage van het noodfonds zij zullen ontvangen. “De cultuursector bevindt zich in een zeer moeilijke situatie en ik denk dat er daarvoor twee hoofdredenen zijn. Allereerst hebben zij op vandaag geen enkel perspectief op een heropstart van hun werking. Ten tweede vallen sommigen onder hen tussen de mazen van het net bij het toekennen van steun. Zo kan de niet-gesubsidieerde cultuursector in eerste instantie geen aanspraak maken op het Vlaams noodfonds van 200 miljoen euro. Ik pleit ervoor om zij die jaar na jaar zo hun best doen om zonder subsidies te kunnen bestaan, ook toegang te geven tot financiële ondersteuning. Deze crisis zorgt voor ongeziene overmacht. Onderscheid maken tussen de gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde sector helpt ons niet verder”, zegt Stephanie D’Hose.

De culturele sector is misschien wel het meest getroffen in deze hele coronacrisis. Vlaams Parlementslid Stephanie D’Hose vraagt zich af welk bedrag uit het noodfonds zij zullen ontvangen en hoe ver Vlaanderen staat met haar exitstrategie voor deze industrie. “Ik zie twee hoofdredenen waarom de cultuursector in zo’n precaire omstandigheden zit. Ten eerste hebben zij momenteel nog totaal geen zicht op een heropening van de cultuurhuizen of een heropstart van hun werking. Als we dan zien dat winkels deze week hun deuren opnieuw openstelden en kappers volgende week terug zullen openen, is dat des te pijnlijker voor de culturele wereld. De tweede reden is dat de verschillende overheden – en terecht – een bazooka van maatregelen hebben ingezet, maar dat de steunmaatregelen niet van toepassing zijn op sommigen in de culturele wereld”, zegt Stephanie D’Hose.

“De oorzaak hiervan ligt deels in de enorme diversiteit van deze specifieke sector. Je hebt de grote cultuurhuizen en instellingen die gebruik kunnen maken van de hinderpremie en waarvan de medewerkers kunnen terugvallen op tijdelijke werkloosheid. Voor hen zal de problematiek hopelijk wel meevallen. Ik maak me vooral zorgen over de ‘laag’ onder die cultuurhuizen: freelancers, individuele kunstenaars, artiesten. Zij zien nu een atoombom op hen afkomen”, aldus Stephanie D’Hose. Gisteren werd bijvoorbeeld bekendgemaakt dat de uitbetaalde contracten met maar liefst 80 procent zijn afgenomen. “Maar het allermeest ben ik bezorgd over de niet-gesubsidieerde cultuursector. Zij lijken niet in aanmerking te komen voor het Vlaams noodfonds van 200 miljoen euro. Dat zou echter betekenen dat zij twee keer worden gestraft. Ik pleit ervoor om zij die al jarenlang zo hun best doen om zonder subsidies te overleven, wél te helpen. Deze crisis zorgt voor nooit geziene overmacht. Onderscheid maken tussen wel of geen subsidies krijgen, helpt ons niet verder.”

Vlaams minister-president Jan Jambon gaf in zijn antwoord gehoor aan de oproep van parlementslid D’Hose: “Ik maak me sterk dat ik tegen eind deze week een exitplan klaar heb dat ik aan de groep van experten voor de exitstrategie, de GEES, kan voorleggen. Daarnaast zullen we met de gesubsidieerde organisaties bekijken hoe we de individuele artiesten en creatievelingen kunnen steunen. De Franstalige Gemeenschap trekt ongeveer 8 miljoen euro uit voor de cultuursector in het kader van hun noodfonds. Ik kan u nu al verzekeren dat dat in Vlaanderen een serieus veelvoud zal zijn. Tot slot volg ik heel fel uw redenering om ook naar de organisaties te kijken die nooit beroep hebben gedaan op subsidies en die nu in een moeilijke situatie terechtkomen. Het kan niet de bedoeling zijn dat zij langs de tafel zouden vallen, enkel omdat ze niet gesubsidieerd worden.”

Het liberale parlementslid staat ook specifiek stil bij het lokale cultuurbeleid: “Ik hoor signalen van culturele centra die de uitkoopsommen niet (gedeeltelijk) uitbetalen aan artiesten wanneer de productie niet heeft plaatsgevonden. Dat lijken me gemiste kansen. Gelukkig zijn er ook steden en gemeenten die dit wel doen. Ieper en Aarschot bijvoorbeeld betalen 30 procent van de uitkoopsommen uit. Ik richt mij bij deze dan ook graag tot het lokale cultuurbeleid en culturele centra met mijn oproep om ook hun steentje bij te dragen.”



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief