Chat with us, powered by LiveChat

“Snelle evaluatie en bijsturing nodig van het nieuwe decreet Kinderopvang"

“Snelle evaluatie en bijsturing nodig van het nieuwe decreet Kinderopvang"

Bij de inwerkingtreding van nieuwe decreet kinderopvang op 1 april 2014 stelde minister Vandeurzen dat alle problemen van de baan zouden zijn aangezien alle vergunde voorzieningen dezelfde subsidiëring zouden ontvangen, ongeacht hun beheersvorm. De praktijk wijst echter anders uit. Het verschil in subsidiëring blijft groot.

Verschil in subsidie is te groot

“De subsidie van een zelfstandig initiatief is 578 euro per plaats per jaar. Dit terwijl de vergunde kinderopvang die inkomensgerelateerd werkt, 55 euro per plaats per dag ontvangt. Dat verschil in subsidie overbruggen via ouderbijdragen is niet realistisch, ook niet wanneer de initiatiefnemers werken met het sociale zekerheidsstatuut van zelfstandige. De zelfstandige sector dreigt dus finaal in grote problemen te geraken”, zegt Freya Saeys.

Minister Vandeurzen is zich hiervan bewust en heeft zich – op vraag van Open Vld – reeds geëngageerd om zelfstandig ondernemerschap in de kinderopvang mogelijk te blijven maken. Saeys hoopt dat de minister snel ingrijpt en de subsidies effecfief gelijk trekt. “Er moet voldoende budget komen voor de basissubsidie en de mogelijkheid van de combinatie van inkomensgerelateerde en niet-inkomensgerelateerde plaatsen binnen één voorziening dient ondersteund te worden,” aldus Saeys.

Andere knelpunten bij het decreet

Het decreet kinderopvang bevat overigens ook heel wat andere knelpunten voor de kinderopvang. “Er worden heel wat nieuwe regels opgelegd, die zorgen voor extra kosten. Hierdoor driegen vele onthaalouders de handdoek in de ring te gooien,” zegt Martine Taelman. “Ik begrijp de intentie achter het decreet wel, maar vandaag worden 47.000 kinderen opgevangen door onthaalouders. Voor deze opvangplaatsen dreigt er onzekerheid”.

Het regeerakkoord voorziet daarom ook in een evaluatie van de knelpunten bij de invoering van het nieuwe decreet. “We vragen een versnelling van die evaluatie en ook bijsturen bij tussentijdse evaluaties. Als bij toepassing blijkt dat ondernemen en flexibiliteit worden afgeremd, dan moeten we snel durven bijsturen,” besluiten Saeys en Taelman. 



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief