Chat with us, powered by LiveChat

"Sneller radicalisering opsporen, voorkomen en terugdringen. En samenleven in diversiteit omarmen."

"Sneller radicalisering opsporen, voorkomen en terugdringen. En samenleven in diversiteit omarmen."

Collega’s,

Het afschuwelijke drama in Parijs heeft ons allen diep geraakt. Die brutale moordpartijen, de middeleeuwse barbarij laat niemand onberoerd. Er is het onnoemelijke menselijke leed van 17 vermoorde mensen. Cartoonisten, journalisten, politieagenten, een winkelier, zijn klanten, een toevallige passant. Moslims, joden, christenen. Burgers. Allemaal slachtoffers. Onschuldige mensen, weggevaagd door haat. Elke vader en moeder, elke mens voelt het onrecht, de absurditeit, het onpeilbare verdriet.

Niet alleen het menselijke leed raakt ons, maar ook de aard van de moorden. De moord op die 17 mensen was een regelrechte aanslag op het wezen zelf van onze samenleving, een aanslag op de meest fundamentele principes die we koesteren. Een raid op onze democratie en op het recht op vrije meningsuiting. Daarom waren we de voorbije week allemaal slachtoffers.

Op zo een moment moeten wij samen –  christenen, moslims, joden, atheïsten, jong en oud, allochtoon en autochtoon – wij allemaal, allemaal burgers van dit land, gelijkwaardige burgers, op zo een moment moeten we samen opstaan en eensgezind, met gesloten rangen onze democratie verdedigen, het opnemen voor onze samenleving in diversiteit.

De meer dan 2 miljoen mensen die zondag betoogden gaven een nooit gezien signaal. Aangrijpend, door het ingetogen karakter. Door de vastberadenheid ook. Ze weigerden in de wij-zij val te trappen die het extremisme spant. Ze kozen niet voor een spiraal van wederzijdse verwijten, maar deden net het tegenovergestelde. Ze zochten elkaar op, sloten de rangen. En bezorgen de terroristen zo hun grootste nederlaag. Zondag betoogden miljoenen schouder aan schouder voor een open, verdraagzame samenleving. Ze spraken hun gehechtheid uit aan de democratische principes die onze maatschappij schragen. Omdat de fundamentele mensenrechten net garanderen dat we elk onze eigen geloofsovertuiging of levensbeschouwing kunnen beleven. Omdat het recht op de vrije meningsuiting – hoe kwetsend ze soms ook kan zijn – onze garantie is tegen dictatuur, tegen onwetendheid, tegen geestelijke dwang van wie dan ook. Die miljoenen betoogden omdat ze de vrijheid koesteren. Omdat ze weten dat er geen diversiteit mogelijk is zonder die vrijheid, en geen vrijheid zonder diversiteit. Dat vrijheid en diversiteit de keerzijde zijn van dezelfde medaille.

Die overtuiging, dat hoopvolle signaal,  moeten wij – verkozenen van het volk – voluit overnemen en versterken. Vandaag moeten wij – over de grenzen van meerderheid en oppositie heen, over partijpolitieke meningsverschillen heen – onze solidariteit uitspreken ten aanzien van de slachtoffers en hun families maar vooral onze vaste wil om niet te wijken voor geweld, voor terreur en intimidatie.

Er was nog een ander, hoopvol nieuw gegeven in de reacties op het drama van Parijs. Veel krachtiger dan ooit voordien spraken moslims expliciet hun afkeer uit voor dat moslimextremisme. Talrijker dan voordien waren de stemmen in die geloofsgemeenschap die opriepen tot kritische reflectie, over het wezen van hun godsdienst en hoe die beter aansluit bij het realiteit van hun Europese samenleving. Ik ben geen moslim en ben beschroomd om mij uit te spreken over de invulling van een godsdienst die niet de mijne is, maar we moeten deze nieuwe openheid, die groeiende groep die uitdrukkelijk hun geloof willen beleven binnen en op de sokkel van de moderniteit aanmoedigen. Het is nu het moment om werk te maken van een kwaliteitsvolle imamopleiding, om de erkenningsprocedure van moskeeën onder de loep te nemen, een dialoog aan te gaan met de nieuwe generaties die overal opduiken in moskeebesturen, mensen die hier geboren zijn, vaak zelfs al met ouders die hier geboren zijn.

Minder populisme en wij-zij denken, en meer zelfreflectie en debat binnen de moslimgemeenschap. Twee hoopvolle veranderingen. Bevinden we ons op een kantelmoment in onze samenleving? Alleszins zijn er onder de oppervlakte zaken aan het verschuiven die al te lang vastgeroest zaten. We mogen de kans op een doorbraak naar een meer open en rechtvaardige samenleving niet laten liggen.

Velen vragen zich af: wat moeten we nu doen ? Welke maatregelen moeten we nemen om het gewelddadig moslimextremisme een halt toe te roepen? Een aartsmoeilijke vraag. Er bestaat spijtig genoeg geen wonderformule die alle extremisme uit de wereld tovert, er is geen silver bullet die alle terroristen kan uitschakelen. Ook al weten we nog niet welke allemaal de juiste antwoorden zijn, wat op het terrein echt zal werken en wat niet, toch mag er geen twijfel zijn over de richting die we moeten uitgaan. Met alle overheden, zowel federaal, Vlaams als lokaal.

Vooreerst moeten terroristen consequent worden opgespoord, voor de rechtbank gebracht en streng gestraft. Dat is de kerntaak van de federale overheid. Veiligheidsdiensten en justitie moeten meer middelen en mogelijkheden krijgen om de strijd efficiënt te voeren. Zonder dat we daarbij de democratie en de rechtstaat die we willen verdedigen gaan uithollen. Maar opgelet: wie absolute veiligheid belooft creëert een illusie. En wie denkt dat repressie alleen volstaat, slaat de bal volkomen fout.

We moeten het probleem bij de wortel aanpakken. En die verantwoordelijkheid – het moeilijkste maar tevens het belangrijkste luik van een anti-radicaliseringsbeleid – ligt hier: bij het Vlaams parlement en bij de Vlaamse regering.

We moeten elke koudwatervrees achter ons laten en ons volop smijten in wat een politiek-maatschappelijke strijd is om meer mensen op het platform van de democratie te tillen, ze erop te houden en vooral: ze er niet af te duwen. Een strijd om de harten en hoofden van mensen. Een strijd tussen tolerantie en onverdraagzaamheid, tussen democratie en totalitair denken. En dat werk begint in het onderwijs. Onze scholen zijn bij uitstek de plaats om democratische waarden en vrijheden uit de dragen. Op de schoolbanken moeten jongeren kennis kunnen maken met de verschillende erkende godsdiensten en levensbeschouwingen. Niet op een theoretische en abstracte, maar actuele manier die rekening houdt met hun concrete leefsituatie. Het onderwijs moet jongeren een gezonde portie kritisch denken bijbrengen, evenals een dieper inzicht in onze democratische structuren. Zodat ze gewapend zijn tegen vooroordelen en indoctrinatie. Dit alles moet een prominente plaats krijgen in het onderwijs. Maar ook in welzijn, jeugd, cultuur en vele andere domeinen liggen hefbomen om de democratische overtuiging te versterken en radicalisme tegen te gaan.

Nogmaals: laten we zo weinig mogelijk naar anderen wijzen en ons de vraag stellen als Vlaams beleidsniveau: wat kunnen wij doen? Als gevangenissen nu broeinesten zijn van islamradicalisering: een taak voor federaal ja, maar wat kunnen wij met onze reintegratie-ambtenaren daaraan doen? Geen paraplu, maar actie. Jeugdbescherming, justitiehuizen, spijbelproblematiek, buurtopbouwwerk, preventie, stedenbeleid, inspectie op thuisonderwijs, gezinshulp en ga zo maar door. Stuk voor stuk instrumenten die in stelling kunnen worden gebracht. Waarmee we sneller radicalisering kunnen opsporen, voorkomen en terugdringen.

Tegelijk moeten we resoluut het samenleven in diversiteit omarmen. Met meer dan lippendienst alleen. Het onderhuidse idee loslaten, dat sommigen hier een soort van eerstegeboorterecht hebben, een claim omdat hun voorouders hier eerst waren. Dat we gelijk zijn, maar sommige net iets meer omdat ze hier al langer zijn. We mogen evident geen millimeter toegeven op fundamentele principes – zoals gelijkheid van man en vrouw, scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting. Maar niet omwille van de traditie, niet zozeer omdat het zogezegd onze waarden zijn. Nee, we moeten ze verdedigen omdat ze zonder onderscheid voor ons allen – oude en nieuwe Vlamingen – de onvervreemde fundamenten zijn van een vrije, democratische samenleving. Omdat ze elk van ons zonder onderscheid de meeste kansen op ontplooiing geven.  

Maar tegelijk moeten we niet van elk gebruik, elke gewoonte of traditie een heilig principe maken – zodat niets kan veranderen en elke verandering een aanslag wordt op onze identiteit. Als we ons zo verstard opstellen, lijkt onze houding dan niet verdacht veel op de houding van die extremisten? Alleen in hun denkwereld blijft alles al 1000 jaar hetzelfde, terwijl onze open samenleving net al eeuwen gekenmerkt wordt door permanente en vaak ingrijpende verandering. Vlaanderen verkleurt en wij zijn allen samen de eerste generatie nieuwkomers in dat 21e eeuwse, superdiverse Vlaanderen. En die realiteit omarmen, betekent ook elkaar opzoeken, bruggen bouwen, dichter bij elkaar gaan staan, plaats maken voor elkaar, meer empathie, oude muren slopen tussen mensen. Minder groepsdenken, meer samenleven in de letterlijke betekenis van het woord. Ook hier kan Vlaanderen het verschil maken. Een minister van jeugd bijvoorbeeld, die er een erezaak van maakt om de instroom van allochtone jongeren in het klassieke jeugdwerk – bij onze chiro’s en scouts – te versterken. Omdat kinderen die daar samen vriendschappen sluiten, ravotten, kattekwaad uithalen later veel minder snel uit elkaar drijven. En hetzelfde geldt voor cultuur en sport.

Tenslotte – en dit is misschien het moeilijkste – moeten we als samenleving in de spiegel kijken. Niet de afkomst, maar de toekomst telt moet meer zijn dan een slogan. Het moet een realiteit worden, ook in het leven van allochtone Vlamingen. Walk our talk. We moeten racisme en discriminatie krachtiger aanpakken. Want dat blijft een schandvlek in onze maatschappij. We mogen dit niet langer wegzetten, struisvogel spelen. Discriminatie kan onder geen enkel beding een excuus zijn voor gewelddadig extremisme, evident niet. Maar omgekeerd is er voor een democraat ook geen enkel excuus om te discrimineren of discriminatie te gedogen. Je kan niet de westerse waarden propageren en tegelijk discriminatie door de vingers zien. Hier moet Vlaanderen beter doen.

Collega’s, tot slot:

Moeten wij ten aanzien van het moslimextremisme nu een hard of een zacht beleid voeren? Ik denk dat we vooral een moedig beleid moeten voeren. Het vergt weinig moed om mensen te culpabiliseren, tegen elkaar op te zetten, in te spelen op de angst. Het vraagt daarentegen moed om zich kwetsbaar te maken, bruggen te bouwen, zichzelf in vraag te stellen. We hebben een Vlaams beleid nodig dat onze democratische rechtstaat versterkt door iedereen aan boord te trekken, een beleid dat niet aan de zijlijn treuzelt maar dat krachtig mobiliseert voor onze democratie, dat haar beleidsinstrumenten volop inzet om onze rechtstaat te versterken. Een Vlaams beleid dat verbindt, waarvoor elke mens telt, niemand achterlaat, niemand uitsluit. Zo’n Vlaanderen is de beste dam tegen elk extremisme. Zo een Vlaanderen is het mooiste geschenk dat we onze kinderen kunnen nalaten. Voor zo een Vlaanderen tekenen wij. Ik dank u.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief