Chat with us, powered by LiveChat

Verhaert: “Veiligheid bij spoorwegovergangen is van levensbelang: graadverhoging boete belangrijk signaal”

Verhaert: “Veiligheid bij spoorwegovergangen is van levensbelang: graadverhoging boete belangrijk signaal”

Het wetsvoorstel van Kamerlid Marianne Verhaert (Open Vld) om de boetegraad te verhogen bij het oprijden van een spooroverweg bij belemmering is vandaag goedgekeurd in de commissie mobiliteit. De gevolgen van ongevallen op spooroverwegen zijn vaak enorm dramatisch: vaak vallen er zwaargewonden of doden te betreuren.  “We moeten er dan ook alles aan doen om dit zo veel als mogelijk te gaan vermijden in de toekomst. Momenteel is dit oprijden van een spoorweg bij belemmering echter een overtreding in de eerste graad. Hier wil ik verandering in brengen en de inbreuk catergoriseren als een overtreding van de tweede graad”, legt Verhaert uit. Ze benadrukt dat dit een belangrijke stap is om het bewustzijn rond de gevaren te vergroten. 

Het is voor een bestuurder verboden een overweg op te rijden wanneer het verkeer zodanig belemmerd is dat hij waarschijnlijk op die overweg zou moeten stoppen. Tot nu toe is die handeling een overtreding van de eerste graad, de laagste categorie in de wegcode. “Dit geeft mogelijks een verkeerd signaal. Mensen denken dat ‘het niet zo erg is’ en zijn zich niet altijd bewust van de gevolgen die het oprijden van een spoorweg kan hebben, maar als ze bijvoorbeeld stilvallen op een overweg en de trein komt eraan… Dan zien we: de gevolgen zijn werkelijk desastreus”, zegt Verhaert.

Met dit wetsvoorstel wil de indienster vooral de bewustmaking rond deze problematiek aankaarten. In 2019 vonden er volgens cijfers van de Belgische spoorweginfrastructuurbeheerder Infrabel op overwegen 45 ongevallen plaats, met 7 doden en 6 gewonden tot gevolg. “Ongevallen op spoorwegovergangen zorgen niet enkel voor enorm leed bij de slachtoffers, maar ook bij de treinbestuurders”, stelt Verhaert. “Infrabel investeert zeer veel om de veiligheid op de sporen te verhogen, voornamelijk door ze af te schaffen of te vervangen door een brug of tunnel. Dit vraagt echter veel tijd én vooral enorme financiële budgetten. Daarom is het nog belangrijker om de veiligheid op de overwegen zelf op korte termijn te verbeteren door het gedrag van bestuurders aan te passen.”

Tweede graad 

Overtredingen van de tweede graad zijn overtredingen die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar kunnen brengen. Het oprijden van een overweg wanneer het niet duidelijk is dat de bestuurder de overweg in één beweging kan oversteken zonder stoppen, brengt op zich inderdaad niemand rechtstreeks in gevaar. “De kans dat je net stilvalt op de overweg is nagenoeg nihil. Vaak komen voertuigen stil te staan omdat men niet in één beweging de overweg kan oversteken. Wanneer het voertuig stilstaat op de sporen en de slagbomen net dan naar beneden gaan, zorgt dit wel voor een reëel gevaar”, legt Verhaert uit. “Omdat deze overtreding de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar kan brengen, wil ik met dit wetsvoorstel voortaan de inbreuk te categoriseren als een overtreding van de tweede graad. Hier kan de politie meer controles op uitvoeren, zal er sneller een gedragswijziging komen en zal de veiligheid op de spoorwegen zelf verbeteren”, aldus Verhaert. Een boete van de tweede categorie ligt tussen de €160 tot € 2000.

Verhaert benadrukt nog dat het negeren van een rood licht aan een overweg of het slalommen tussen gesloten slagbomen een overtreding van de 4e graad is met een boete van € 320 tot € 4000 met een intrekking van het rijbewijs van 8 dagen tot 5 jaar.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief