Vlaamse meerderheid wil ouders die levenloos geboren kindje verliezen meer erkenning en ondersteuning geven

Vlaamse meerderheid wil ouders die levenloos geboren kindje verliezen meer erkenning en ondersteuning geven

De Vlaamse meerderheidspartijen vragen in een nieuwe resolutie een betere ondersteuning voor ouders van een levenloos geboren kind. Concreet pleiten ze voor een betere registratie, garantie op menswaardige behandeling van het stoffelijk overschot en meer maatschappelijke erkenning en ondersteuning van ouders. “Er bestaat grote diversiteit in de manier waarop ouders zwangerschapsverlies verwerken. Daarom is er nood aan verschillende handvatten die elk op een eigen manier kunnen helpen om met dit verlies om te gaan”, zo klinkt het.

De geboorte van een kind geldt als één van de meest heuglijke gebeurtenissen in het leven van veel mensen. Jammer genoeg eindigt 15 procent van de zwangerschappen in een miskraam en vijf op de duizend zwangerschappen in de geboorte van een levenloos kind. “Op het vlak van emotionele ondersteuning en erkenning van hun verdriet botsen deze ouders vaak op onwetendheid en onbegrip”, aldus Vlaams parlementsleden Katrien Schryvers (CD&V), Elke Sleurs (N-VA) en Freya Saeys (Open Vld). De parlementsleden komen met een aantal concrete voorstellen die hieraan tegemoetkomen.

Betrouwbare registratie

Het Agentschap Zorg en Gezondheid neemt informatie over het aantal levenloos geboren kinderen op in de jaarlijkse doodsoorzakenstatistiek. Hiervoor baseren zij zich op informatie die wordt doorgegeven vanuit de burgerlijke stand. “Aangezien de aangifte van een levenloos geboren kind slechts optioneel is voor een zwangerschap tussen 140 en 179 dagen, geeft deze informatie geen volledig beeld”, aldus Elke Sleurs. Daarom vragen de parlementsleden om te komen tot één officieel, geïntegreerd registratiesysteem.

Menswaardige behandeling van het stoffelijk overschot

Ouders hebben het recht om hun kind, ongeacht de duur van de zwangerschap, te begraven of te cremeren, maar zijn hier niet altijd even goed van op de hoogte. “Ouders moeten hierover proactief geïnformeerd worden”, zegt Katrien Schryvers. “Het kan natuurlijk zijn dat ze een begraving of crematie op dat moment niet wensen maar vandaag kan aan ouders geen garantie gegeven worden dat het stoffelijk overschot van een levenloos geboren baby niet samen met het ‘risicohoudend medisch afval’ wordt afgevoerd.” De parlementsleden willen daarom dat er samen met de ziekenhuizen een protocol wordt opgemaakt voor de ethische behandeling van het stoffelijk overschot van een foetus. Hierbij moet ook een procedure worden uitgewerkt om informatie over de laatste rustplaats van het levenloos geboren kind te koppelen aan het medische dossier van de moeder. Het komt voor dat ouders op een later moment toch graag willen weten wat er met hun kind is gebeurd.

Een laatste rustplaats

Ouders hebben sinds 2014 het recht om hun levenloos geboren kindje te begraven of te cremeren, ongeacht de duur van de zwangerschap. Heel wat lokale besturen voorzien hiervoor op hun begraafplaatsen aparte plekken. “We moeten steden en gemeenten verder motiveren om op hun begraafplaatsen een plek in te richten waar levenloos geboren kindjes uitgestrooid of begraven kunnen worden”, aldus Schryvers.

Delen van goede praktijken en hulpverlening voor ouders die zwangerschapsverlies meemaken

“Een aantal ziekenhuizen doet veel moeite om ouders die het verlies van een baby voor de geboorte meemaken, te informeren en bij te staan”, aldus Freya Saeys. “Die goede praktijken moeten vlotter gedeeld worden. Daarom vragen we dat het Agentschap Zorg en Gezondheid de praktijken inventariseert. Zo kunnen hulpverleners de nodige kennis opbouwen en hierin ook ondersteund worden.”

Er zijn op het terrein ook verschillende organisaties aanwezig waarop ouders beroep kunnen doen. “Sommige ouders wensen bijvoorbeeld een mooie herinnering aan hun overleden kind, anderen zijn erbij gebaat dat ze hun ervaringen kunnen delen met lotgenoten, nog anderen hebben vragen van spirituele aard en zingeving of hebben nood aan professionele psychologische hulp”, zegt Elke Sleurs. “Sommige ziekenhuizen hebben een sterk aanbod ontwikkeld, en ook Kind en Gezin ontwikkelde een aangepast aanbod. Het is een uitdaging om de meest gepaste ondersteuning bij de ouders te krijgen.” De parlementsleden vragen dan ook om de noden van de getroffen ouders en de huidige goede praktijken in kaart te brengen en waar nodig het aanbod te versterken.



Schrijf je in op onze nieuwsbrief InschrijvenSchrijf je in op onze nieuwsbrief